Een gesprek: Peet v Duijnhoven en Marc Wielart

13-02-2017
Met enige regelmaat publiceren we een dubbelinterview met twee VAKdocenten. Zo kan je onze docenten leren kennen, maar de docenten van de nieuwe coöperatie leren elkaar ook zo kennen.

Marc Wielart is een van de nieuwe docenten Piano die dit cursusjaar is gestart. 
Peet van Duijnhoven heeft al eerder Schrijfcursussen gegeven bij De VAK. Ze start aanstaande maandag 20 februari met de cursus Creatief schrijven.


M. Hoe ervaar je het lesgeven aan de VAK in Delft – heeft het multidisciplinaire een meerwaarde?
P. Werken op een plek waar ondertussen meer creatieve cursussen plaats vinden, daar gaat wel een aantrekkelijkheid van uit. Wij deden ook mee met Lichtjesavond, soms vergeten mensen dat het ook leuk is om naar teksten te luisteren of te kijken. Ik vind het ook fijn om deel uit te maken van een team; we zitten met vier schrijfdocenten in de coöperatie en we stemmen wat we doen op elkaar af.

P. Je bent docent piano; wat ben je op dit moment nog meer dan docent en hoe beïnvloedt dat elkaar??
M. Om te beginnen werkt voor mij als docent het enthousiasme van leerlingen heel inspirerend. Een lange dag aan De VAK mag dan weleens vermoeiend zijn, de volgende dag begin ik altijd met een heerlijk energiek gevoel mijn ochtendlijke studie-uurtjes. Bovendien is nadenken over het communiceren van kennis op verschillende niveaus (en instituten) ontzettend nuttig; niet alleen voor eigen studie maar ook voor de leerlingen en studenten. Naast pianoles geef ik theorie, werk ik als co-repetitor – waarbij mentale steun komt kijken én bereid ik mijn eigen concertprogramma’s voor. Daarnaast vind ik het heel fijn om interdisciplinair, bijvoorbeeld als beeldend kunstenaar (straat- en museumfotografie) of in samenwerking met een kunstenaar of choreograaf te werken. Ook schrijven doe ik graag, al schiet het er nu en dan bij in…

P. Schrijven? Wat schrijf je zoal, een roman?
M. Rond mijn zeventiende begon ik met absurdistische gedichten en korte verhalen. Het korte of ‘langere’ verhaal blijft fascineren. De grootste twijfel is nu de vorm waarin ik iets onder eigen naam zou publiceren, verhalen of bijvoorbeeld een novelle… Ik ben er nog niet uit!
In de muziek werk ik ook veel met tekst. Zelfs als dit niet direct is: Leerlingen probeer ik bewust maken van de tekstuele ‘afkomst’, de wortels van muzieknotatie. Dan is het resultaat verrassend beter dan wanneer je alleen op het fysieke of het spelen focust.

P. Hoe werkt dat dan?
M. Denk hierbij aan frasering, interpunctie en zinsbouw. Als je begrijpt hoe direct muziek avant la lettre verbonden was aan tekst – eigenlijk nog steeds –, dan is dat absoluut onmisbare kennis.
Als je Rachmaninoff hoort spelen, of Gould, dat is puur tekst zonder enige persoonlijke rompslomp. Fascinerend. Ik luister liever naar een intelligent musicus dan naar iemand die op emoties drijft.
Mijn droom is altijd nog om de Paganini variaties van Rachmaninoff met een goed orkest te spelen; het staat in de planning.

M. Hoe ga jij te werk met cursisten?
P. In een beginnerscursus geef ik opdrachten die de cursisten op hun eigen manier uitvoeren. Bij de werkgroep proza komen we eens in de drie weken bij elkaar. Deze cursisten krijgen geen huiswerk, ze bepalen zelf waar ze over schrijven. Ze krijgen feedback op wat ze hebben gemaakt. Een roman schrijven is een grote opdracht. Op een gegeven moment moet je ook nadenken over de structuur, over de vorm waarin het verhaal moet worden verteld. Het moment van deze structuur aanbrengen is voor iedereen anders. Sommige mensen moeten gewoon gaan schrijven en anderen bedenken eerst het grote verhaal, werken meer vanuit een synopsis.

M. Op De VAK-site staat dat je het interessant vindt als een verhaal gaandeweg ontstaat, sta je daar nog steeds achter?
P. Soms is het beter als schrijver niet precies te weten waar je heen gaat. Ik laat cursisten wel een synopsis schrijven, maar als flexibel model; het is een skelet dat met je mee moet kunnen bewegen. Ik wil niet dat ze alleen bezig zijn met structuur. Blijf onderweg openstaan voor veranderingen. Als schrijver/maker werk je op verschillende niveaus tegelijk. Je geeft je over en je kijkt ernaar, ik noem dat een functionele schizofrenie creëren. Soms kom je er halverwege achter dat je iets anders wilt vertellen dan je te voren had bedacht.
Drie dagen per week werk ik in de kunsteducatie bij DOK Delft als projectleider voortgezet onderwijs. Daarnaast ben ik schrijfdocent en af en toe maak ik theater.

M. Dat is toevallig! Zelf heb ik het vaste werk ook beperkt tot drie dagen, om genoeg tijd de hebben voor repetities en studeren. Interessant, functionele schizofrenie, dat lijkt een contradictie. In je werk als theatermaker, is dan een functionele schizofrenie gewenst?
P. Als speler moet je overgave groter zijn dan je controle. Je hebt je over te geven aan een regisseur. Als regisseur sla je bewust een richting in, je wilt iets onderzoeken en laten zien. Maar ook dat is een proces is met veel veranderingen onderweg.

M. Dus overgave aan het werkproces met regie in plaats van je te verdrinken in de tekst of muziek?
P. Iemand moet bij de les blijven, anders is het een oeverloze associatie.

M. Werk jij ook in stilte, dat wil zeggen dat je het creatieve proces niet deelt met anderen?
P. Als ik schrijf sluit ik me op. Dan komt het delen veel later. Ik heb een roman in mijn hoofd, maar daar vertel ik niet veel over.

P. Hoe ga jij te werk als je het idee hebt om concert te geven met iemand en dat in wereld wilt zetten? Ben jij je eigen producent of werk je vooral in opdracht?
M. Het proces begint bij samenstellen van programma’s tot aan het uitvoeren en kiezen van locaties. Daarvoor is het onderhouden van contacten natuurlijk onontbeerlijk.

P. Dan heb je vast een heel groot netwerk.
M. Ja mijn god, daar gaat veel tijd in zitten! Als ik ’s avonds thuiskom probeer ik minimaal nog eens een uur te studeren, op de hoogte te blijven van ontwikkelingen en dan is er nog de behoefte aan ontspanning.
Tijdens mijn studie zijn al mijn docenten overleden, iets dat een enorme impact heeft gehad maar me ook heeft gesterkt. Ton Hartsuiker was tot een soort grootvader geworden, we hadden zoveel raakvlakken. Voor inspiratie heb ik gelukkig genoeg contact met doorleefde collega’s die over een geweldige kennis beschikken en stiekem ook gewoon fijne, lieve mensen zijn. De fijne mensen zijn overgebleven in het ‘netwerk’.
Op jezelf aangewezen zijn, betekent dat je echt ergens honderd procent achter wilt staan en nog veel harder werkt. Het is nooit goed genoeg, hoewel het proces voldoening kan geven, het is een enorme stap om iets ‘naar buiten’ te dragen.

P. Componeer jij zelf ook?
M. Zeker! Dat is eigenlijk hoe ik ben begonnen met spelen; met improvisatie en zelf stukjes ‘noteren’. Tijdens concerten is het vaak verrassend om na afloop te improviseren, al dan niet op een werk uit het programma. In een grijs verleden heb ik er zelfs nog prijzen mee gewonnen.

M. Gebruik jij eigenlijk ook kruisbestuiving door andere disciplines in je werk?
P. Ik heb vroeger veel theaterproducties gemaakt waar dans in zat en dan werkte ik met een dansdocent samen. Of een dansdocent vroeg mij om een theatrale lijn in de productie aan te brengen. In een aantal verhalenprojecten, maakte ik ook verhalenmuren. Zo’n muur bestaat uit een verzameling tekstfragmenten afgewisseld met foto’s en tekeningen.
In al mijn werk staan verhalen centraal, of ik nou een voorstelling maak, schrijf of mensen laat vertellen. Maar de vormgeving, de voordracht en het theatrale vind ik net zo belangrijk. Daar gaat het bij kunst over, je maakt het niet alleen voor jezelf.

M. Dank voor het fijne gesprek! Fijn om je collega’s zo te leren kennen!

(Portret Marc Wielart 2017, door fotografe F. Lammens)